M’n vader ♥♥♥

 

Soms lopen ze je voor de voeten, soms heb je ze keihard nodig, soms zijn ze de liefste knuffel van de wereld.

 

Herinneringen te over. Ik zou er een boek over kunnen schrijven. Met een lach en met een traan. Een mini-greep:

 

Op de camping ver van onze ouderlijke tent. Oh oh… fukkie fukkie, daar heb je m’n vader. Heb ik die leuke Joegoslavische jongens net wijsgemaakt dat ik achttien bent, komt hij eens kijken waar ik uithang. Gaat ie er ook nog gezellig naast zitten. Ik fluister hem snel toe: niet zeggen dat ik zestien ben! 

 

‘Hup, snel naar bed en niet tegen mama zeggen dat jullie zo lang buiten hebben gespeeld.’ M’n vader ging m’n moeder van haar werk halen. Zij gaf in de avonduren naailes. Lagen we dus pas om een uur of negen op bed. Ons geheim bleef altijd ons geheim. 

 

En dan kroop ik lekker op de bank tegen hem aan en stak m’n neus in dat verschrikkelijk prikkende tweed-achtige jasje. Stof waar ik normaal helemaal niet tegen zou kunnen, maar ja. Het jasje van m’n vader…

 

‘Als jullie nou niet ophouden met die herrie, moet ik jullie helaas doden.’ Als je het zo als een losse flard hoort, zou je denken dat m’n vader een engerd was, maar wij lagen dubbel. Zus en ik sliepen met een vriendin op een kamer en we konden maar niet slapen, want we hadden veel te veel te bespreken en kregen om de haverklap de slappe lach. Na die opmerking van m’n vader was het hek helemaal van de dam.

 

‘Je was hartstikke zenuwachtig.’ ‘IK WAS NIET ZENUWACHTIG.’ ‘Nou waarom probeerde je dan tot drie keer toe met zo’n grote map dwars voor je in de auto te stappen?’ Ik had die dag toelatingsexamen voor de kunstacademie en moest een map met werk meenemen. M’n vader zou me even naar de trein brengen. Bloednerveus natuurlijk. Niet toegeven. Tuurlijk niet. Nooit niet.

 

Die keer dat de hele kade dubbel lag van het lachen. M’n vader zou ook eens gaan vissen, net als al die mannen en jongens die daar woonden (weer Joegoslavië trouwens). Hij gooit z’n lijntje uit en kon hem meteen weer ophalen. De haak zat middenin een vis. Beet. Dat was nog nooit vertoond. 

 

De schrik van m’n leven. Ergens in de Alblasserwaard. Ik was een jaar of zes. Alle neven waren in de sloot gesprongen om te zwemmen, m’n vader nam in z’n kleren plaats op een duiker-ding. Zo’n dingetje dat je dicht kon schuiven als een soort sluis of zo. (Ja, sorry, ik ben nooit erg technisch geweest, geen idee hoe dat heet.) Hij begon net te kletsen met die jongens, ik stond erbij en zag hem ineens achterover vallen en onder water verdwijnen. Duurde in mijn beleving eeuwen voor ie weer terug was. De allergrootste schrik van m’n leven tot dan toe. Ik zie het nog steeds voor me. Papa weg! Nee!!! De rest van de middag zijn de neven aan het duiken geweest op zoek naar de zonnebril van m’n vader. 

 

‘Wat ben je daar aan het graven joh, in die tuin? Denk je dat ze daar een schat begraven hebben?’ Hoor ik m’n vader ineens in m’n oor. Ik kijk verschrikt om. Staat niemand naast me. Kan ook helemaal niet. M’n vader heeft nooit meegemaakt dat ik hier ging wonen. Die heeft me voor het laatst bezocht toen ik nog op een zolder op kamers woonde. Maar alleen hij kon zoiets zeggen. Zat ie dus gewoon toch stiekem nog steeds bij me. 

 

Ach… was ie er nog maar. Kon ik weer lachen vandaag, als ie een vaderdagcadeau kreeg en eerst een kwartier in de verpakking zat te knijpen om te raden wat erin zat. Als het overduidelijk een fles was ‘een paar sokken’ zeggen en het pakje ook nog een keer expres uit z’n handen laten vallen en op tijd vangen. Je hield je adem in, maar het ging altijd goed. En toch niet raden wat het was natuurlijk. Hoe overduidelijk de inhoud ook te spotten was. 

 

Ach… m’n vader, die ik nog steeds heel erg mis. Gaat nooit over, dat weet ik intussen wel. 

 

Door: Franska

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Franska