May dacht toch echt dat dit het einde zou zijn

 

Maar toen kwam dat appje en wist ze het zeker: hier gaat ze volop van genieten.

 

Je hebt een dorp nodig om je kind goed op te voeden, hoorde ik laatst iemand zeggen. Hiermee wil ik niet zeggen dat je kind niet in een stad zou mogen opgroeien, maar dat er heel veel mensen nodig zijn om je kind te vormen, te plooien, te kneden. Gewoon omdat je het niet allemaal zelf kunt of weet.

 

Zwemles is één van die dingen. Hoe gaat het ooit gebeuren dat levensgevaar nummer 1, verandert in het grootste plezier. Ik heb geen idee en begin meteen bij de grootste uitdaging van de drie, Flo. Hoe gaan we die in vredesnaam veilig in het diepe krijgen. Ik sta nog net niet met open mond te kijken bij de lessen van juf Karlieke en haar man. Hoe zij met speeltjes en spelletjes mijn meisje tot de overkant van het bad krijgen en daarna door de hoepel laten zwemmen, ongelooflijk vind ik het.

 

‘Een diploma gaat ze nooit halen,’ zegt de juf me, na haar een paar jaar elke week naar het fysiotherapie-bad in Schalkwijk te hebben gebracht, ‘maar veilig is ze wel.’ Kijk, die heb ik maar mooi te pakken.

 

 

Na Flo ga ik met mijn middelste meisje het reguliere traject in. Ze zwemt als Naomi Kromowidjojo maar heeft gat-vrees. Dus daar gaan we, op naar het officiële afzwembad. In dat water, dat net even drie graden kouder is dan in haar vertrouwde bad, samen door het gat. Steeds een stukje verder van de kant.

 

Met de juf heb ik inmiddels warm app-contact. Een extra lesje hier, samen oefenen daar, en oh wat vinden we het allebei intens zielig als ze bij het proef-afzwemmen het gat niet haalt en met tranen uit het grote bad klimt. Samen besluiten we het afzwemmen even uit te stellen, en als ze B eenmaal heeft wil ze niet meer door voor C. Hoe ontzettend hard en Kromowidjojo-iaans ze ook zwemt verder.

 

Daar komt mijn kleintje. Ook op les. Met S., haar hartsvriendin. Elke les-evaluatie doet ze met een nonchalant opgetrokken schouder. Ja, ze mag al zonder bandjes. En oh ja, die kurk om haar middel is al láng af. Als het gat zich aandient in het repertoire, glimmen haar ogen. Haar lievelingsdag van alle dagen is die waarop ze door het gat mag zwemmen. Ik kijk naar haar en verbaas me over de dans der genen. Hoe wij toch drie zulke verschillende types hebben kunnen bakken.

 

Afzwemmen vindt ze niet per se een feest, maar bang? Dat is ze totaal niet. Als A in the pocket is, duurt het maar heel even voordat B op het menu staat.

Daarna is ze klaar, vindt ze. Net als haar zusjes. Ik heb met haar gesproken, dat ze echt zelf mag kiezen, maar dat ik doorgaan voor C een goed idee zou vinden. Met haar kleine lijfje en die woeste zee. Maar ik laat het bij haar. Echt.

 

In mijn auto liggen drie cadeautjes klaar. Voor morgen, de dag van het afzwemmen. Een grote voor de afzwemster en twee voor haar zusjes, want zondag is het feest. Vandaag zal haar laatste les zijn en ik voel een knoop in mijn hart. Zal dit het dan zijn? Het einde van het echt-kleine-meisjes-tijdperk? De juf voelt blijkbaar hetzelfde. Ze appt me een foto van mijn meisje in het diepe. Ze dankt me voor het vertrouwen, dat ze voor mijn meisjes mocht zorgen. Ik slik. Einde zwemles. Einde juf Nynke. Einde wandelingetjes door de bossen van Bloemendaal als ik weer veertig minuutjes moest overbruggen.

 

Ineens plopt er weer een bericht op, van de juf, met de woorden van mijn kleine meisje. ‘Ze zegt dat ze nog even blijft. Voor C. Wanneer wil je?’

 

Ik ga hier nog even ZO van genieten.

Door: May-Britt Mobach

Fotografie: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter

Afbeelding van May-Britt Mobach