Flo heeft een hondje.

 

Monti, zo heet de pup, maakt haar diep gelukkig. Toch ontbreekt iets, en Flo vindt de oplossing.

 

 

“Ik denk dat ze haar familie mist.” Jongste meisje vindt ons verse puppie iets te stil en het missen van familie lijkt haar een aannemelijk motief. Middelste meisje pakt Monti’s Pip-knuffel (van Woezel en Pip) en legt die naast het puppenkind. Zo. Pip is meegekomen uit het nest. Pip draagt de geur van haar familie. Pip biedt vast troost.

 

“Zou ze haar zusjes missen?” Middelste meisje vindt de scheiding van familie toch wat bruut. “En haar moeder?” Ik vertel dat een hond een minder goed geheugen heeft, maar dat gaat er niet helemaal in bij het kleine dametje. “Maar dat kán toch niet? Je zusjes. Dat zij Iggy en Flo nooit zou vergeten.” Al was ze tachtig en had ze hen vanaf vandaag niet meer gezien.

 

Flo houdt er zo haar eigen gedachten op na. Eerst dacht ze dat pup Monti tijdelijk bij ons was. “Dan gaat ze weer terug naar de andere hondjes, toch mama?” Maar als Monti haar een maand lang welkom kwispelt en mee gaat als we haar naar De Wollewei brengen, begrijpt ze dat Monti een blijvertje is. Dus gaat ze over naar optie twee. De andere hondjes komen naar ons. “En dan komen de hondjes. Toch mama? Voor Monti.” Ik probeer haar uit te leggen dat de andere hondjes eigen baasjes hebben gevonden. En dat het een beetje te druk is. Drie dochters en vier honden. Geen goed idee.

 

Of Flo het begrijpt, blijft de vraag. Maar ze zwijgt over de hondjes al gunt ze Monti meer. Familie. Voor Flo haar leven. Haar dag begint met “Kom mama, we gaan een kopje thee brengen voor papa” en eindigt met “Hier Iggy, hier zijn je Elsies (Igoné grossiert in de Elsa-poppen en slaapt met haar vier vriendinnen in haar armen), duimpje d’r in en slaap lekker.” Haar familie is haar kern. Pas als we allemaal samen zijn, is zij gelukkig. Daarom houdt ze op zondag het liefst haar pyjama aan. En de haard moet ook opgepookt. Dan gaan we niet weg namelijk. En dat, dat is precies wat ze wil.

 

 

Monti zonder familie. Dat snapt ze niet. Dus ze knuffelt en kust haar. En geeft haar het bakje voer. Precies zoals ze mij heeft zien doen. Monti moet eerst zitten. En wachten tot het bakje de vloer raakt. Dan fluistert Flo: “Toe maar Monti.” En Monti eet.

 

Ik kijk op afstand. Haar zorg ontroert me.

 

Als ik deze week mijn ouders uitzwaai, loopt ons buurmeisje voorbij. Met Ollie. Ook een Labradoodle. Maar groot. En volwassen. Of Ollie even binnen wil komen, vraag ik. Ondanks dat we buren zijn, is Ollie bijna nog nooit bij ons binnen geweest. Hond en baasje komen de huiskamer binnen. Flo kijkt op. Haar ogen verdubbelen van vreugde. “Monti!” “Monti!” “Je MOEDER is er.”

 

 

 

May-Britt Mobach is hoofdredacteur van Amayzine.com, voor Franska.nl schrijft ze over haar bijzondere gezin.

Fotografie: Esmee Franken, visagie: Linda van Iperen, haarstylist: Mandy Huijs