‘Door deze rotopmerking ben ik weer terug bij af’

tranentrekker

 

Als Maureen tijdens haar vakantie op een terrasje zit te eten hoort ze een gesprekje van haar buren. Dat brengt haar direct terug naar een verschrikkelijke periode in haar leven.

 

 

 

‘De zon ging al onder toen mijn vriendin en ik op een terrasje gingen zitten. Het was de laatste dag van mijn vakantie op Tenerife en we vierden dat we al vijfentwintig jaar vriendinnen zijn. We leerden elkaar kennen toen we allebei als reisleider op de Canarische Eilanden werkten. Ik kwam uit een klein dorpje in Groningen, zij uit het mondaine Londen. Na een paar maanden ging ik weer naar huis en zij bleef daar omdat ze smoorverliefd was geworden op de jongen die werkte in onze favoriete bar. Hoewel we allebei een totaal ander leven leidden bleef de vriendschap en zagen we elkaar ieder jaar op het eiland waar we zoveel lol hadden.

 

Na de lange periode dat ik door corona niet kon komen was ik dit keer voor het eerst weer alleen en dat vond ik heel moeilijk.

 

Na een huwelijk van vijfentwintig jaar was ik erachter gekomen dat mijn man al maanden vreemdging. De kinderen waren net de deur uit en ik hoopte juist dat we eindelijk meer tijd voor elkaar zouden hebben om leuke dingen te doen, maar hij moest er niet aan denken om met mij oud te worden, zei hij op een gegeven moment. Ik heb hem gesmeekt om bij me te blijven, ik wilde alles doen om ervoor te zorgen dat hij niet weg zou gaan. Maar tevergeefs. Er was al een ander en voor ik het wist was ik alles kwijt. Mijn man, mijn huis en mijn eigenwaarde.

 

Als ik thuiskwam na mijn werk kwam ik in een leeg huis waar ik me totaal niet thuis voelde en om het schrijnende gevoel van eenzaamheid tegen te gaan doofde ik de pijn met eten. Heel veel eten. Na twee jaar was ik kilo’s aangekomen, mijn schild tegen de buitenwereld. Want als ik at voelde ik zijn woorden niet meer tegen mijn ziel beuken. Dat hij op me was uitgekeken, dat hij er niet aan moest denken dat hij met mij oud moest worden: ik bleef het maar horen in mijn hoofd. IJs en chocolade werden mijn troost en dat ik steeds grotere kleding moest kopen kon me helemaal niets schelen.

 

Tot ik meer en meer last van mijn overgewicht kreeg en de huisarts me met klem adviseerde om af te gaan vallen. De stap van de bank naar de sportschool was enorm maar sinds een paar maanden ging ik. Hoewel ik inmiddels al wat kilo’s kwijt was, had ik nog steeds maat 50 en ben ik in de ogen van anderen dus dik. Ik lette heus wel op mijn voeding maar die laatste avond op vakantie mocht ik het er even van nemen, vond ik zelf. Dus toen mijn vriendin voorstelde om na het eten nog een grote coupe ijs met slagroom te nemen, twijfelde ik geen moment. Dat had ik al maanden niet meer gegeten en ik genoot van iedere hap.

 

Maar op een gegeven moment hoorde ik aan het tafeltje naast mij een moeder tegen haar puberdochter zeggen dat ‘die dikke vrouw’ niet voor niks zo moddervet was. ‘Want ieder pondje gaat toch door het mondje’, zei ze smalend. Blijkbaar had ze mij in het Engels met mijn vriendin horen praten en was ze zich niet bewust van het feit dat ik verstond wat ze zei.

 

Ik kreeg direct geen hap meer door mijn keel en trok wit weg. Geschrokken keek mijn vriendin me aan en vroeg wat er aan de hand was. Ik zei alleen maar dat ik me niet goed voelde en weg wilde. Weg van die verschrikkelijke woorden, dat ik niet goed genoeg was, dat ik er niet mag zijn. Ik voelde me meteen weer zo enorm afgedankt, zoals in de periode dat mijn man bij me weg wilde.

 

Inmiddels ben ik weer thuis en ben ik niet meer naar de sportschool geweest. Ik zit weer avonden alleen op de bank mijn verdriet en eenzaamheid weg te eten. Door die ene opmerking van die vrouw op dat terras ben ik weer helemaal terug bij af en ik heb geen idee of ik me ooit nog beter ga voelen.’