songfestivalfeest
songfestivalfeest

Deel 4

Anna Maria’s echtscheidingsperikelen

 

Anna Maria is 47, moeder van een dochter van veertien en ze woont in de Randstad. Na twintig jaar strandt haar huwelijk. Op deze plek deelt ze wekelijks haar ervaringen.

 

 

Deze avond is voor haar, de andere vrouw, zegt hij. Om haar te vertellen dat het afgelopen moet zijn tussen hun. Om haar te zeggen dat hij toch voor zijn gezin kiest. Voor zijn dochter vooral, zegt hij er snel achteraan. Hij moet het netjes afronden. Netjes? En dan wat? Ik denk het, maar ik zeg het niet hardop. Al mijn zintuigen staan op scherp. Geen enkel detail ontgaat me. De geur van verse aftershave, de smetteloze kraag van zijn overhemd, zijn favoriete jeans, zijn peperdure, bruinleren, glanzend gepoetste schoenen, hoe hij zijn jack van de kapstok haalt, zijn sjaal nonchalant omknoopt, mijn blik ontwijkt.

 

Ik wil hem vragen hoe lang, hoe laat, maar ik doe het niet. Geen kus, geen ‘tot straks’. Alleen de deur die dichtslaat en die het huis met eenzaamheid vult. Even over half acht. Hij heeft dus om acht uur afgesproken, wat betekent dat ze samen gaan eten. Hij zal zijn creditcard trekken. Nadat hij haar heeft afgepoeierd? Haar heeft gezegd dat het over en uit is? Mijn buik die bol stond van de kaasfondue en de kaiserschmarren van de laatste weken, is van de weeromstuit platter dan ooit. En ook nu zou ik onmogelijk een hap door mijn keel kunnen krijgen en zit mijn maag potdicht.

 

Blond en jong en knap en vrolijk. Dat is wat ik van haar heb gemaakt, in mijn hoofd. Met haar blonde hoofd zal ze op hem af komen stappen. Op en top opgetut, in haar mooiste kleren, lachend en lonkend – omdat maîtresses geen enkel middel onbeproefd laten om te krijgen wat ze hebben willen.

 

Zullen ze elkaar op de mond zoenen? Ja, dat zullen ze. Want dat ze seks hebben gehad staat buiten kijf. Ik heb het gezien in zijn ogen. En dan huil ik weer. Tranen van paniek, pijn, radeloosheid, woede. Tranen omdat ik weet dat het na vanavond niet over zal zijn. Want zelfs als hij vanavond doet wat hij gezegd heeft, is het niet over. Het vertrouwen, de onvoorwaardelijkheid, zelfs de hoop: ze zijn niet meer. Hij heeft ze aan haar gegeven. Alles wat van mij was is nu van haar. En zij zal haar kans grijpen. Ze zal zoveel meer te bieden hebben dan ik, nu, hier.

 

Ik begin weer te ijsberen omdat stilzitten niet gaat. Op en neer en op en neer door de woonkamer. Hand op de schoorsteen, blik op de foto van het meisje in het roze balletpakje, omdraaien, langs de salontafel, door de en-suite-deuren, naar de eetkamer, rondje om de eettafel, rechtervoet op het opstapje van de serre, omkeren en opnieuw.

 

Om elf uur dwing ik mezelf om naar boven te gaan. Langzaam uitkleden, niet naar mijn spiegelbeeld kijken, tandenpoetsen, ogen deppen met een koud watje, onder mijn helft van het dekbed kruipen, op mijn zij, op mijn rug, heen en weer wiegend, terug naar beneden, terug naar boven waar het bed nog warm is. En dan eindelijk hoor ik de sleutel in de voordeur, zijn voetstappen in de gang. Half drie. En nog later als hij eindelijk naar boven komt. Ik hou me slapende, hou me stil. Hij stinkt naar de drank. Ik ruik nog iets. Ik ben bang dat dat onraad is.

 

Benieuwd naar hoe het verdergaat? Lees het hier.