KOM NIET AAN ONZE ZOON!

 

Of Eugenie nu in recordtijd alle schepen achter zich verbrandt en met haar gezin naar Mexico City emigreert waar ze huisvrouw met chauffeur wordt, of in Nederland voor een armlastige kinderhulporganisatie werkt en met haar geliefde el señor een boutique hotel runt: saai is het zelden!

 

Met snelle stappen haast ik mij door de regen op weg naar de huisarts. Even de dossiers ophalen en een verwijsbriefje om het bloed van kleuterzoon Cees nog even te laten controleren. Hij had een tijdje geleden nogal opgezette klieren en uit bloedonderzoek bleek toen dat bepaalde waarden wat verhoogd waren. Vanmiddag dus maar even bloed met hem gaan prikken.

 

Twee dagen later. De klad raakt er een beetje in. Het huis is half leeggehaald, de telefoon al afgesloten, de krant wordt niet meer bezorgd en ik loop wat doelloos rond. In de gang blijf ik staan. Ik zie iets op de mat liggen. Het is een briefje van de assistente van de huisarts waarop staat dat ik direct contact op moet nemen. Ik bel haar mobiel en ze begint met overslaande stem te vertellen dat het over Cees gaat en ze ons niet kon bereiken. De waarde van de leukocyten zijn in plaats van gedaald verhoogd en hij moet volgens haar met spoed naar de kinderarts in het ziekenhuis. Ze heeft voor morgenochtend een afspraak gemaakt.

 

De adrenaline raast opeens door mijn lichaam. Ik ben al gestrest en dit klinkt niet goed! Ik bel meteen el señor – hij rijdt ook van hot naar her om alles te regelen – die de auto aan de kant zet en even heel hard moet slikken. Ik heb ondertussen mijn sluizen al ongegeneerd opengezet; de tranen stromen over mijn wangen. We kunnen veel: een nieuw bedrijf in Mexico City opbouwen, een carrière hier opgeven, afscheid nemen van vrienden en familie, in zes weken tijd heel ons leven afbreken op een geliefde plek, het op een vreemde plek weer helemaal opbouwen, de meest bizarre papieren laten regelen. We doen het. In harmonie. Als een team. Met humor.

 

MAAR KOM NIET AAN ONZE ZOON.

 

Op twee verschillende plekken in de stad hebben we dezelfde gedachte: het enige wat telt is Ceesje. Verder is niks belangrijk.

 

Die hele emigratie kan me gestolen worden. Dat we allebei onze baan hebben opgezegd ook. Dan gaan we maar kleiner wonen – we zien wel.

 

Na een nacht slecht slapen zitten we de volgende ochtend in het Leids Universitair Medisch Centrum. Verstandelijk rillend als een espenblad, gevoelsmatig eigenlijk heel kalm. Ik heb van de assistente begrepen dat er iets niet goed is, maar toch voel ik het diep vanbinnen niet zo. Misschien ben ik vol in de ontkenning geschoten, maar het kan ook iets instinctmatigs zijn. We hebben de uitslag bij ons en de kinderarts werpt er een kritische blik op. ‘Tja, de waarden zijn wat verhoogd, maar dat is niet zo’n probleem. Laten we maar eens naar zijn klieren kijken.’

 

Cees zit braaf op de behandeltafel. Ik houd zijn kleine handje vast.

 

‘Nou,’ verbreekt de arts de stilte. ‘Ze zijn wat opgezet, maar hij is ook wat verkouden hoor ik, niet zorgelijk wat mij betreft.’

 

Ik voel het begin van een enorme opluchting vanuit mijn tenen door mijn lichaam kruipen.

 

‘Hij maakt een heldere indruk,’ vervolgt de arts. ‘Komt verder heel gezond over, ik zou me maar niet druk maken. Laat er eventueel over een paar weken in Mexico nog eens naar kijken,’ besluit hij.

 

De tranen schieten in mijn ogen. Goddank, alles is goed met ons vriendje.

 

Kennelijk was er naast de verhoogde waarden ook uit de bloedtest gekomen dat leukemie werd uitgesloten. De kinderarts zag dat direct, maar wij hadden er geen weet van. Dat was onze grootste angst. Extreem opgelucht en gelukkig dat dit drama ons bespaard is gebleven, verlaten we het ziekenhuis waar kleine Cees drieënhalf jaar eerder is geboren.

 

  

Eugenie van Stratum is communicatiemanager. Moeder en echtgenote. Ze leest en schrijft. Eet en drinkt (niet altijd in gepaste hoeveelheden). Doet aan pilates. Bezwijkt regelmatig voor ongecontroleerde actie.

Portretfoto: Natalie Leeuwenberg

witte-balk-met-bol-eugenie