Vissenbrein

 

 

Een beetje de dingen op hun beloop laten. Dat zou heel goed zijn voor ons vrouwen, denkt Miloe. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

 

 

‘Het komt allemaal door ons vissenbrein.’ Vriendin P. schikt haar badjas voor ze zich naar ze naar me toedraait. ‘Dat is niet geschikt voor alle prikkels waar we aan blootstaan tegenwoordig. De evolutie van het menselijke brein gaat langzamer dan de technologische ontwikkelingen.’ Om ons heen wandelen, zitten en zwemmen naakte mensen. De lucht is blauw, de zon fel. Ik neem een slok van mijn biologische detox rode biet-gember-selderijsapje, zet mijn Rayban op en leun achterover. We zijn een weekendje in de sauna, mijn drie vriendinnen en ik en we komen bij. Van prikkels, van kinderen, van mannen, van deadlines.

Het artikel waar P. op doelt, las ik ook. Een psychiater constateerde dat ons brein uit de tijd stamt dat we nog vinnen hadden en rondzwommen. Dat vissenbrein kan ons huidige drukke bestaan niet aan, wat de vele burn-outs zou verklaren. ‘Sinds ik dat weet, heb ik minder stress. Het is heel normaal dat we moe zijn,’ gaat P. verder. Ik schiet in de lach. ‘Dus nu je de schuld kan geven aan je vissenbrein is de stress weg? Waarom krijgen vrouwen dan vaker een burn-out? Hebben die een vissiger brein dan mannen?’ P. bromt en gaapt. ‘Ik ga even een dutje doen.’

 

 

We komen bij. Van prikkels, van kinderen, van mannen, van deadlines

 

Als we even later tijdens de lunch discussiëren over de verkiezingsuitslag, relationele strubbelingen, salarisonderhandelingen, familieperikelen, kinderzorgen en carrièrestappen snap ik waarom we al jaren geen nachtje weg zijn geweest met z’n vieren. ‘Ik zou willen dat er acht dagen in een week zaten,’ zucht F. We willen het graag goed doen, alle vier. Op ons werk, met onze kinderen, in onze families. We informeren onszelf over de wereldproblemen, koken elke dag een maaltijd met verse groenten, racen van sportclub naar muziekles en werken ons drie slagen in de rondte.

Alle vier werden we opgevoed met het idee dat we zelfstandig onze boterham moesten kunnen verdienen want ‘een slimme meid was op haar toekomst voorbereid’. Tegelijkertijd moesten we vooral niet te veel werken want dat was niet goed voor onze kinderen. En dan zijn we ook nog eens rijkelijk bedeeld met het pleasers-gen. Knikken we braaf als de juf ons om hulp vraagt bij het van-melkpak-naar-tuintje-project, hobbelen we van de vierde verjaardag van neefje Beau naar de borrel van de 75-jarige tante Betsy en passen op de kinderen van de buurvrouw die een vechtscheiding doormaakt. We troosten, lossen op, voegen in, reageren op. Maar vergeten onszelf.
‘Ik bel even naar huis,’ zegt vriendin L. ‘Checken of R. de zomertijd niet is vergeten.’ Ik bedenk me dat ik eigenlijk mijn man moet appen over het tennispasje dat opgehaald moet worden, het brood dat op is en het cadeautje dat gekocht moet voor de jarige buurjongen. Ik spreek mezelf en L. streng toe. ‘Het zijn volwassen mannen. Wij denken nu even alleen aan onszelf.’

Als ik de volgende dag thuiskom rennen mijn kinderen uitgelaten rond en roert mijn man zingend in de pannen. Ik constateer dat het haar van mijn dochter twee dagen niet is gekamd maar slik de opmerkingen over ‘coupe papa’ in. Ik bedwing de reflex om het gas lager draaien en laat de kokosmelk die in mijn ogen al een kwartier geleden bij de curry moest, onaangeroerd op het aanrecht staan. Er is geen tennispasje, geen brood en geen cadeautje. L. appt dat d’r man pas halverwege de dag constateerde dat het een uur later was dan de klok vertelde. ‘Maar weet je wat?’ schrijft ze. ‘Niemand had er last van.’

 

 

Freelance journalist Miloe van Beek is wars van mooie plaatjes, en altijd op zoek naar het echte verhaal. Ze is chronisch chaotisch, heeft geen enkel paar dezelfde sokken, maar wel twee luidruchtige kinderen, een ongehoorzame hond, twee katten en een man met een carrière.

witte-balk-met-bol-miloe