‘De fik erin’ roep ik iets te enthousiast

 

Lekker eten, gezelligheid en een mooi versierd huis, je kunt er niet om heen tijdens kerst. Toch is de sfeer bij Tineke thuis een beetje krampachtig. Komt door die man.

 

‘Zal ik hem laten stikken?’ vraagt ze. En ik roep heel enthousiast ‘Jaah, doen!’

Maar we hebben het niet over hetzelfde.

Ondanks dat ze al dagen bij me logeert, zwijgen we over dát wat we eigenlijk zouden moeten bespreken, omdat we krampachtig proberen de kerstsfeer erin te houden. En dat is best moeilijk als je overal wordt doodgegooid met gezelligheid, lekker eten, mooie mensen en geluk, terwijl je zelf niet veel verder komt dan lekker eten.

En zelfs dát smaakt me niet, als ik weer naar haar gezicht kijk. Haar kaak is nog altijd gezwollen. En het bloed, van haar blauwe oog, zakt langzaam wat groen-gelig haar wang in.

Tja, tranen kunnen veel wissen, maar dit niet.

En ik wil dat het ophoudt.

Het is namelijk niet de eerste keer dat ze slachtoffer is van zijn losse handjes. Maar het is wel de zoveelste keer dat ze roept dat dit de laatste keer was.

En ik hoop maar dat ze het deze keer ook echt meent.

Misschien is dit dan de druppel? hoop ik als ik ‘Jaah doen!’ roep.

Ze staat geëmotioneerd te staren naar haar stoere leren jack, waar ze een fortuin voor betaald heeft.

Hij heeft het volledig aan flarden gescheurd en ik weet dus niet of het zin heeft om dat nog te laten stikken.

Het zal er echt niet op mooier op worden, en als je al littekens op je ziel en op je huid hebt, dan vraag ik me af waarom je ze ook nog op je kleding wilt.

 

Tja, tranen kunnen veel wissen, maar dit niet

 

‘Ik had net het gevoel dat we konden gaan pieken,’ slikt ze. ‘En toen was daar weer die drank.’

Ze huilt stilletjes. Om het nog wat kracht bij te zetten, denk ik.

Maar ik wil niet meer.

Ik wil haar niet wéér omarmen en morgen terugsturen.

‘En ik dacht dat ik eindelijk ballen genoeg had,’ fluistert ze zacht. ‘Maar ik zit weer met een kale boom thuis, want alles is stuk.’

En inderdaad …

Het is een boom van een vent. En hij is kaal, hij is te sterk voor haar en hij maakt alles kapot.

‘Wat zal ik met mijn boom doen?’ vraagt ze dan. ‘Als ik mijn spullen ga pakken.’

‘De fik erin!’ roep ik weer iets te enthousiast.

En dan pas begrijpt ze dat ik het over hem heb en krijgen we eindelijk de slappe lach.

Maar ik hoop écht dat ze hem laat stikken.

 

 

 

Bij veel van wat ze dagelijks tegenkomt filosofeert én associeert Tineke (schrijfster/moeder/fotograaf/toneelregisseur/echtgenote) erop los.

Fotografie portret: Esmee Franken, Visagie Linda van Ieperen, Haarstylist Mandy Huijs