Ja hoor!

 

Miloe: Ja zeggen om een schuldgevoel te voorkomen, wie doet het niet?  

 

 

‘Ik vind het ook zo fijn dat we de tijd hebben.’ Vriendin R. neemt een slok wijn. Het is dinsdag en we hebben net uitgebreid gewandeld. Nu lunchen we. Drie gangen, met wijn in een Italiaanse trattoria op tien minuten van mijn huis. In de acht jaar dat ik hier woon, ben ik er nog nooit geweest. We kijken niet op onze horloges. Niet op onze telefoon. Zoals altijd wanneer ik op een doordeweekse dag iets anders doe dan werken of bij de kinderen zijn, knaagt het schuldgevoel. Tijdens de papardelle met stoofvlees vertelt R. over de statusverhogende klus die ze afsloeg. Drie maanden eerder had ze er nog ja tegen gezegd. En toen stierf haar moeder. Plotseling. Het maakte haar prioriteiten glashelder. Ze zei nee tegen de klus en ja tegen tijd. Tijd met geliefden, kinderen, vrienden, voor zichzelf. Zij die het vol enthousiasme ja zeggen tot een kunst had verheven, durfde te kiezen voor nee.

 

‘Ja rolt nou eenmaal makkelijk eruit mijn mond dan nee’

 

‘Tijd is schaars en tijd vliegt,’ appt een vriend die avond. Na lang zoeken in beide agenda’s hebben we een afspraak gemaakt voor een kraambezoek. De baby is inmiddels tien maanden. Mijn agenda loopt langzaam steeds overvol. Veel activiteiten heb ik niet zelf bedacht, maar er wel mompelend ‘ja we zullen er zijn’ op geantwoord. Want ja rolt nou eenmaal makkelijk eruit mijn mond dan nee. Met ja stel ik niemand teleur. Vindt iedereen me aardig, zijn er geen (on)uitgesproken verwijten. Voel ik me niet schuldig. Met ja laat ik anderen beslissen over mijn tijd. Tijd die me zoveel waard is. Tijd waarin ik wil hardlopen. Yoga-en. Mijmeren. Tijd voor goede gesprekken met dierbaren. Om mooie dingen te schrijven. Tijd voor alle levensvragen van mijn zesjarige (‘waarom schijnt de zon niet altijd op zondag?’), tijd om te ontdekken dat de boosheid van mijn negenjarige eigenlijk verdriet is. Tijd die rust geeft.

 

Net als ik heb besloten vaker te kiezen voor tijd, belt een opdrachtgever. Ze rebbelt over een verhaal over financiële planning, een krappe deadline en vier geïnterviewden. ‘Ik heb eigenlijk niet zoveel met dat onderwerp,’ onderbreek ik haar. Het is even stil. ‘Misschien kun je beter iemand anders bellen.’ ’s Avonds bespreek ik met man de veel te volle weekendagenda. De beslissing over wat af te zeggen, schoven we op de lange baan, stel je voor dat er iemand boos of teleurgesteld is. Na lang discussiëren zeggen we alsnog de helft van de uitnodigingen af. Te laat. Een uur later krijg ik een app van een moeder van school. ‘Kom je dit jaar weer in de feestcommissie?’ Bijna wil ik ‘tuurlijk’ antwoorden, als ik me bedenk. ‘Nee sorry, dit jaar niet,’ app ik terug.

 

Tik tak, tik tak. De wekker tikt de tijd tergend traag weg. Ik tel de wimperhaartjes van mijn dochter. Verschuif mijn arm. Ze doet haar ogen open. ‘Niet weggaan mama.’ Ze slaat haar armen om mijn nek. Haar logé kreeg heimwee en wilde naar huis, en nu wil ze dat ik bij haar logeer. ‘Nee’ ligt op het puntje van mijn tong, beneden wacht mijn laptop en een deadline. Toch ga ik naast haar liggen. ‘Even dan.’ Ik denk terug aan alle avonden die ik naast haar peuterbedje doorbracht, zachtjes ‘in de maneschijn’ zingend, haar knuistje in mijn hand. Het voelt als gister, terwijl we ruim vier jaar verder zijn. ‘Mam? Waarom dondert het niet altijd op donderdag?’ Ik glimlach. Tik tak, tik tak. ‘Blijf je bij me?’ Ik geef haar een kus. Voel de onrust uit mijn lijf trekken. Soms is ja wel het goede antwoord.

Door: Miloe van Beek

Freelance journalist Miloe van Beek is wars van mooie plaatjes, en altijd op zoek naar het echte verhaal. Ze is chronisch chaotisch, heeft geen enkel paar dezelfde sokken, maar wel twee luidruchtige kinderen, een ongehoorzame hond, twee katten en een man met een carrière.

Fotografie: Nikita Holst

Afbeelding van Miloe van Beek