Aan­modderen

 

Ik zit in de kamer bij de directrice van ‘het speelcentrum’, ook wel bekend als ‘dagbesteding’. Stella, onze trouwe supernanny, en ik hebben besloten het ‘het gymnasium’ te noemen. Wanneer begint Flo op het gymnasium? Als we niet meer kunnen lachen…

 

De directrice van ‘het gymnasium’ vertelt over wat ze te bieden heeft. Tijdens de gymles wordt gekeken naar welke sport het beste past bij Flo en vervolgens worden we geholpen een club te vinden waar ze om kunnen gaan met ‘ons soort kinderen’. Er is een héél warm zwembad waar de ouders een keer per maand mogen komen zwemmen. Met het hele gezin dus. In een lege school. Van die dingen.

 

Ik zeg dat ik zo’n behoefte heb aan een coach. Gewoon af en toe. Iemand die meekijkt en advies geeft. En antwoorden. Waarom ze altijd de vlecht van haar kleine zusje lostrekt. Waarom ze soms weg wil lopen. Waarom ze nog altijd bij ons in bed moet slapen. En het zou ook heel fijn zijn als diegene kan zeggen waar de supermegakrachtknuffelwinkel is.

 

Ik zeg dat ik zo’n behoefte heb aan een coach. Iemand die meekijkt en advies geeft

 

‘Als je eenmaal bij ons bent, komt er een groot vangnet aan hulp om je heen’, de directrice vouwt haar handen om haar glas thee en kijkt me lang aan. ‘Een thuiscoach, een oppas die is opgeleid om met speciale kinderen om te gaan, wat je maar wilt.’

 

Wat hebben we lang aangemodderd. Denken dat we het zelf wel kunnen want we konden het aan. Misschien kielekiele en op het randje, maar we konden het aan. Al was ik tijdens een etentje alleen echt rustig als ik wist dat mijn ouders thuis waren of als Stella er was. Hoe geweldig alle oppasmeisjes uit de buurt ook zijn, Flo was eigenlijk een maatje te groot. Hoe vaak wij feestjes hebben afgezegd. Op de bank bleven met de meisjes om ons heen in onze eigen veilige wereld.

 

Voor ik de hemel die het speelcentrum heet mag betreden, moet ik nog wat administratie doorploegen. Leerplichtontheffing moet worden aangevraagd. En ‘een beschikking’ bij de gemeente. Als ik het woord gemeente hoor, denk ik aan ambtelijk en traag en schiet ik automatisch in de uitstelstand. Het gaat toch lang duren dus doe ik er van tevoren maar een schepje bovenop. Dat soort logica. Als ik een mail krijg van de directrice met de vraag of het me allemaal lukt met de gemeente geef ik gas. Ik heb potdorie een eigen bedrijf. Dit moet me toch lukken.

 

Als ik de betreffende afdeling intik en ‘gemeente Haarlem’, verschijnt er een nummer. Ik loop naar het kantoor van mijn man om daar even rustig te kunnen bellen. Terwijl ik me voorbereid op een bandje, een kiessysteem of een ouderwetse ingesprektoon, wordt er zowaar opgenomen. Na twee keer overgaan. Een mens. Geen computer. En ook meteen de juiste afdeling. ‘U wilt een beschikking. Alleen dat of verder nog iets?’ De vrouw heeft een bijzonder vriendelijke stem. ‘Ik wil alles,’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Het hele pakket, alles wat u te bieden heeft.’ We hebben veel en veel te lang niet om hulp gevraagd en dit is het moment om dat te veranderen. ‘In dat geval kom ik naar u toe en ga ik u allemaal vertellen wat er mogelijk is. Ik heb zelf toevallig ook bij dit dagcentrum gewerkt en ik eh, nou laat ik het zo zeggen, ik ben bekend met het hebben van een kind dat andere zorg nodig heeft, zal ik maar zeggen. Schikt maandagochtend?’

 

Zo’n huil die ik vroeger had als ik me heel flink had gehouden als ik van de rekstok was gevallen of door een ezel in mijn hand was gebeten (die ik nota bene gewoon een suikerklontje wilde voeren) en daarna mijn moeder zag. Haar zachte armen, haar kus op mijn hoofd, haar ‘het komt goed, lieverd.’ Zo’n huil voel ik opkomen. Troost. Ik weet wat je nodig hebt en heus, het komt goed. Niet helemaal, maar beter dan het was, dat moet wel gaan lukken.

 

  

May-Britt Mobach is hoofdredacteur van Amayzine.com, voor Franska.nl schrijft ze over haar bijzondere gezin.

Fotografie: Esmee Franken, visagie: Linda van Iperen, haarstylist: Mandy Huijs

witte-balk-met-bol-may-britt_02