Als brugklasmoeder moet je wennen. Sterker nog…

 

Met het basisschoolafscheid van haar zoon werd ook voor Margreet een tijdperk afgesloten. Maar brak er vooral een totaal nieuwe tijd aan. En dat is euh… méér dan wennen.

 

 

De eerste keer dat ik als moeder op het schoolplein stond van de basisschool staat me nog heel goed bij. Met name het gevoel dat ik toen had: alsof ikzelf weer voor het eerst naar school ging. Onwennig, onzeker en overweldigd door de massa’s ouders die daar ’s middags hun kind stonden op te wachten. Maar het lukte me in die acht jaren basisschool me thuis te gaan voelen. Ik maakte er vrienden, voelde me betrokken en was meer dan eens luizenpluis- en klassenmoeder. Pas nu het allemaal voorbij is, merk ik hoe dierbaar het me was.

Waar zoonlief de groepsapp van z’n oude klas negeert en zich vol verve stort op het middelbareschoolgebeuren, moet moeders nog een beetje wennen aan haar nieuwe, minder betrokken rol. En dat gaat met vallen, opstaan, chaos en dilemma’s, zoals:

 

  • Bedenken dat het wel goed en gezellig is dat zoonlief op je werkkamer z’n huiswerk komt maken, en erachter komen dat jij voortaan dus voor drie uur ’s middags je klus geklaard moet hebben omdat je daarna wiskunde/Engels/Frans moet overhoren.

 

  • Voortdurend andere moeders met pubers lastigvallen met vraagstukken waarvan je denkt dat ze nu van levensbelang lijken, terwijl je diep vanbinnen weet dat je nu een béétje aan het doorslaan bent (bijvoorbeeld: Kan de bananendoos nu nog wel of niet mee naar school?).

 

  • Iedere keer als-ie thuiskomt je tong afbijten zodat je niet als eerste zegt: ‘Hoe was het? Heb je nog huiswerk?’

 

  • Bij een schooloproep via de mail met als onderwerp ‘Hulp voor Sint-Maarten’ je moederhart voelen opspringen omdat je – heel even – denkt dat ze op die middelbare school op 11 november (St. Maarten) gaan uitpakken met een groots feest waarbij jouw hulp wordt gevraagd.

 

  • Drie dagen voor kamp de mentor van je zoon op hoge poten een mail wilt gaan sturen dat je het beláchelijk vindt dat je nog steeds geen brief hebt ontvangen met informatie over dat kamp, om vervolgens tot de ontdekking te komen dat in Magister al weken enkele berichten hangen die je alles vertellen wat je moet weten (tot en met een heel toetsenrooster voor het komend jaar aan toe!)

 

  • Sowieso Magister ontdekken en erachter komen dat je als puberouder van tegenwoordig echt stukken beter op de hoogte bent dan je eigen ouders destijds (en je afvragen of je het allemaal wel wílt weten!).

 

 

  • Bij het uitzwaaien als-ie op kamp gaat, je tussen al die vreemde ouders weer net zo onwennig voelen als destijds op die eerste dag op de basisschool, en dus niet de moeite nemen een van die mensen een hand te schudden.

 

Z’n mentor? Ik dacht dat hij een zesdejaars vwo-leerling was…

  

 

  • Z’n mentor voor het eerst zien en zeker weten dat het een zesdejaars vwo-leerling is. (Ben ik nou zo oud of hij echt zo jong?!)

 

  • Voortdurend vergeten brood en beleg te kopen, omdat-ie tegenwoordig z’n eigen bammetjes smeert, waardoor je ’s ochtends om acht uur met een enorm schuldgevoel en ongewassen hoofd als eerste de supermarkt binnen rent om nog nét op tijd de voorraad aan te vullen.

 

  • Bij het nalezen van z’n eerste opstel voor Nederlands de afweging maken: laat ik alles voor wat het is of zal ik hier en daar een kléin beetje redigeren?

 

  • Hem de gymtas met Mignons erop in z’n schooltas te zien proppen en, pas als-ie zelf zegt dat-ie zich een beetje voor die tas schaamt, erachter komen dat dat ding ook echt veel te kinderachtig is voor een twaalfjarige.

 

  • Je kind lopend naar school brengen omdat-ie anders van de fiets waait, en halverwege door hem met een snel kusje te worden teruggestuurd omdat ‘Ik nu alleen wel verder kan…’

 

 

Het komt allemaal goed. Heus wel. En het is ook echt leuk. Maar ik wou dat het herfstvakantie was.

 

 

 

Margreet Botter woont met man en zoon in het midden van Nederland. Ze is al een leven lang bezig zichzelf en de wereld een beetje beter te begrijpen en deelt de lessen die ze opdoet graag met anderen. Al was het alleen om soms te toetsen dat ze niet helemaal gek is…

Fotografie portret: Esmée Franken. Visagie: Charlotte van Gulik, Haar: Isabella Greuter