Vrienden zijn met je kind

 

Vrienden zijn met je kind… veel opvoedkundigen zeggen dat het niet kan. Margreet vraagt zich af hoe je dat dan noemt, die relatie met je kind. En ook of die zo blijft in de puberteit.

 

Zoonlief is elf, bijna twaalf. Nog een paar maanden en hij is basisschool-af. Dan wordt ie puber, een periode waar we allebei een beetje tegenop zien: ik omdat ik nu al weet dat we dan steeds minder zullen knuffelen, hij omdat ie bang is dat hij zichzelf niet meer is, en wij allebei omdat we dan minder dikke vrienden zullen zijn dan nu. Want pubers, die horen zich los te worstelen van hun ouders, hun niet alles te vertellen en vooral geen vrienden met ze te zijn.

 

Tot nog toe zijn we vooral ook maatjes, die samen de wereld ontdekken

 

Tot nog toe zijn we doorgaans wel vrienden. Ik weet het, hele legers opvoedkundigen keuren het af: vriendschap met je kind. En ja, de relatie met m’n kind ís ook anders dan met andere vrienden. Maar ik voel gelijkwaardigheid in de manier waarop we van elkaar leren. Zoals ik hem wegwijs probeer te maken in deze maatschappij, zo voorziet hij m’n soms vastgeroeste opvattingen en patronen van olie, zodat ze in beweging komen. Het aantal keren dat hij me in een heel grote spiegel doet kijken, is ontelbaar. Als we samen een spelletje doen, door de stad lopen te Pokemonnen (ja, nog steeds!) of een boek lezen waaraan ik in mijn kindertijd niet toekwam, dan doen we dat met gelijkwaardig enthousiasme. Als we boos op elkaar zijn en het weer goed maken, dan gebeurt dat op een gelijkwaardige manier. We hebben geheimen voor elkaar, maar willen ook niet alles van elkaar weten, dus dat komt goed uit. Hoe noem je zo’n relatie dan?

 

Ja, er zijn ook momenten dat ik geen vriendin van hem ben, maar de ouder die gebiedt: ‘Omdat ik het zeg!’ Er zijn momenten waarop ik grenzen stel, omdat ik zie dat hij ze nodig heeft, hoe hard hij er ook tegenaan bokst. Maar tot nog toe zijn we vooral ook maatjes, die samen de wereld ontdekken.

 

Vriendschappelijke ouder… misschien komt dat wel het dichtst bij wat ik me voel ten opzichte van m’n zoon. En uit het diepst van m’n hart hoop ik dat we dat nog heel lang zullen blijven, ook als hij een dwarse puber is…

 

 

Margreet Botter woont met man en zoon in het midden van Nederland. Ze werkte jaren bij Libelle, waar Franska haar baas was. In de loop der jaren bloeide er een voorzichtige vriendschap tussen de twee, die zich nog steeds aan het ontwikkelen is.

Witte balk met bol Margreet