Flauhauw!

 

Ik ben nogal van de woordgrapjes. Zo erg dat anderen er weleens moe van worden. Ik blijf bij het zien van Menno Baksteen op tv (als woordvoerder van de Vereniging Nederlandse Verkeersvliegers) de hele dag aan de gang met andere leuke woordvoerders. Meneer Wortel wordt dan woordvoerder voor de Nederlandse vereniging van tuinders (ondanks het feit dat het privé een heel rare snijboon is). En mevrouw Van der Bel zet ik dan achter de telefooncentrale, als ik meneer Weltevree laat bellen met een klacht. Ik kan het niet laten! Daarom heb ik mijn tandarts in een vorige column ook Boorman genoemd. Niemand hoeft te weten dat hij eigenlijk Bleeker heet.

Maar soms krijg je die ellende natuurlijk ook terug. Zo heb ik een vriendin die mij altijd Tineke Theehuis noemt. Oók als ze in de plaatselijke boekhandel (waar op de etalage staat dat ze er álle Nederlandse boeken verkopen) gaat vragen waar míjn boek ligt. En het duurt dan meestal erg lang voordat ze te horen krijgt dat het weer besteld moet worden, omdat ze alwéér door de voorraad heen zijn. Toch vermoeden wij dat het boek er nooit gelegen heeft. En daarom noemen we de mevrouw van de boekwinkel bij het afscheid altijd mevrouw Brokken. We weten namelijk dat haar voornaam Jokke is.

 

We laten onze oude juf Löhning trouwen met kapitein Von Trapp, waardoor ze zo’n leuke achternaam krijgt

 

Daarna gaan we koffiedrinken, bij Boon op de hoek. En daar gaan we verder met ons bureau voor relatiebemiddeling (genaamd Verhoudingsgewijs). Daar laten we onze oude juf (mevrouw Löhning) trouwen met kapitein Von Trapp, waardoor ze zo’n leuke achternaam krijgt. En dan vieren we ook meteen het huwelijk van Bartho Braat met Carry Slee, en laten dat dan inzegenen door mevrouw Fideel-de Klerk (oftewel Trouw-Ambtenaar, dus).

Maar soms gaan we te ver. We weten het. Je moet aan meneer Youssouf Prunus (uitbater van Café Boon) niet gaan vragen of hij ook pruimentaart heeft, en dan heel hard gaan lachen. Dat is flauw. En je moet ook niet steeds aan meneer De Hond willen vragen waarom hij zo ‘uitgelaten’ doet over zijn foutieve voorspellingen. Dan kun je erop wachten dat je zelf ook een keer aan de beurt komt.

En dat gebeurde dus gisteren.

Ik had onlangs heel dure sokken gekocht en die waren al erg snel kapot. Ik baalde daarvan en ging, op hoge poten, terug naar de winkel. En meestal ga ik dan wel door tot het gaatje, maar bij deze mevrouw maakte ik dus geen schijn van kans.

‘Ik heb een gat in mijn sok’, riep ik al boos bij binnenkomst.

‘Da’s beter dan een sok in je gat’, gaf ze toen als antwoord. En ik wist meteen dat ik moest stoppen.

 

 

Bij veel van wat ze dagelijks tegenkomt filosofeert én associeert Tineke (schrijfster/moeder/fotograaf/toneelregisseur/echtgenote) erop los.

Fotografie portret: Esmee Franken, Visagie Linda van Ieperen, Haarstylist Mandy Huijs

witte-balk-met-bol-tineke