Alles opeten of restjes weggooien?

 

 

Maat houden. Dat is voor Miloe toch wel de grootste uitdaging. Met eten. Met drinken. Tja, zelfs met een avond per twee jaar roken.

 

 

De lunchroom in Kopenhagen was van het hippige soort met theepotten aan de muur, een kaart vol peperdure al dan niet gluten-/lactose-/vetvrije hapjes en, voor het evenwicht, een vitrine vol suikerrijke taartjes. Ik bestel een superfoodsalade en zie even verderop een slanke, goed geklede Deense vrouw van mijn leeftijd zitten. Ze bladert door een tijdschrift en neemt af en toe een hap van haar citroenmeringuegebakje. Ik tracht niet te staren, een neiging die ik soms heb als ik iemand zie die mij om de een of andere reden fascineert (en waar ik vervolgens een heel leven bij fantaseer. Bij deze vrouw zag ik een echtscheiding, twee knappe tienerkinderen, een baan als advocaat en een leuke bovenwoning in downtown Kopenhagen).

 

Wat me het meest triggert, is het geduld waarmee ze het taartje eet. Heel af en toe neemt ze een hapje, daarna laat ze het een kwartier onaangeroerd staan. Uiteindelijk vraagt ze rekening en gooit de serveerster een halve taartje in de prullenbak. Hoe zonde. En tegelijkertijd besef ik dat zij iets kan wat mij niet lukt: maat houden. Waarschijnlijk had ze na haar lunch zin in zoet, maar aan een paar hapjes genoeg. Waarschijnlijk kunnen er wekenlang koekjes/chocolade/potten Speculoos in haar kastjes liggen omdat ze niet de behoefte heeft alles achter elkaar op te eten. Waarschijnlijk kan ze bij de lunch best één glaasje wijn drinken. Ik niet. Mijn mateloosheid dwingt me tot strenge regels. Nooit zoetigheid in huis en de wijn gaat pas na 17 uur open. Een vriendin schonk tijdens een weekend weg eens enthousiast een glas prosecco in bij het ontbijtbuffet. ‘Wil je ook?’ vroeg ze. Ik schudde angstig mijn hoofd. Prosecco om half 10 zou betekenen dat ik om 11 uur laveloos afgevoerd kon worden. Roken deed ik jarenlang ook alleen ’s avonds, zo hield ik het binnen de perken. En nog steeds geldt, als ik die ene keer per twee jaar in de verleiding kom, paf ik meteen een heel pakje weg.

 

Ook de frietjes die mijn kinderen niet meer op kunnen, moeten op

 

Jaren geleden las ik een verhaal waarin vrouwen hun dieetadviezen deelden. Eentje vertelde dat ze soms een bonbon in haar mond stopte, hem een beetje liet ronddansen in haar mond om de goddelijke smaak te proeven, en vervolgens het hele ding in de prullenbak uitspuugde. ‘Wat zonde!’ riep ik hardop tijdens het lezen. ‘Slik die chocolade door!’ Want ja, met mijn mateloosheid komt ook een obsessie voor lege schalen en borden. Ik vind niks zo erg als eten weggooien, uitspugen of laten staan. Van mij moet alles altijd op, die laatste schep pasta in de schaal, een stukje stokbrood dat anders in de kliko wordt gekieperd, dat overgebleven stukje taart, de frietjes die mijn kinderen niet meer op kunnen. Ik weet niet of dat komt vanwege mijn schuldgevoelens naar hongerige Afrikaanse kinderen of omdat mijn moeder standaard aandringt ‘om dat zielige laatste hapje te nemen’, maar het is figuurtechnisch geen handige eigenschap.

 

‘Je lichaam is toch geen vuilnisbak?’ De opmerking van een vriendin galmt door mijn hoofd als ik het broodje dat mijn dochter heeft laten liggen, op wil eten. Ik schuif het bord aan de kant en bestel een citroenmeringuegebakje dat ik tergend langzaam – dat wil zeggen in tien minuten – opeet. Maat houden. Misschien leer ik het ooit nog.

 

  Freelance journalist Miloe van Beek is wars van mooie plaatjes, en altijd op zoek naar het echte verhaal. Ze is chronisch chaotisch, heeft geen enkel paar dezelfde sokken, maar wel twee luidruchtige kinderen, een ongehoorzame hond, twee katten en een man met een carrière.

witte-balk-met-bol-miloe