Panter­print

 

Elise biedt een tas met kleren aan bij de hippe vintagewinkel. Maar het dunne dametje achter de toonbank blijkt niet snel tevreden. ‘Die glimmertjes hadden voor mij dan weer niet gehoeven.’

 

In een poging de wereld te verbeteren en mezelf te verrijken, sta ik vandaag met een tas kleren in de vintagewinkel. De dame achter de kassa is druk in de weer met prijsjes en labeltjes. Ze is klein, dun en draagt een knalrode zijden blouse met een strik. Ze zou zo voor de klas kunnen staan en Latijn geven. Aan het hoofd van de Britse Vogue, kan ook. Ze ziet me staan maar ook weer niet. Na een denim short, een zwarte tuniek, twee paar gympen en een maxi-jurk die ze stuk voor stuk uitgebreid betast, uitschudt, kritisch bekijkt alvorens ze te prijzen, ben ik aan de beurt. Over haar leesbril heen taxeert ze me.

 

‘Je wilt inbrengen?’
‘Ja, vorige keer heb ik ook…’
‘Naam?’
Ze tikt mijn naam in de computer. Ik blijk wat waard.
‘Je hebt goed verkocht. Nou, laat maar zien.’
 

Ik leg mijn stapeltje op de toonbank. Een mooie satijnen top bovenop, om haar vertrouwen te winnen. De top blijft zo op mijn borsten hangen dat het lijkt of ik zwanger ben.
‘Hoeveel heb je ervoor betaald?’
‘Niet zoveel. 59 euro of zo.’ Onderhandelen is niet mijn sterkste punt. Bluffen ook niet.
Ze tikt wat in de computer. De top is door! Nu mijn pronkstuk: een gloednieuwe panterprintjurk met hoog gesloten boord. Als mij iets niet staat, is het wel een hoog gesloten boord. Toch kocht ik ’m. Want panterprint.
‘Hij is van maart, ik heb hem maar één keer gedragen.’
Ze onderzoekt de jurk lang: ‘Op zich mooi.’ Op zich? Hartstikke mooi! Nieuw! Panter! ‘Maar die glimmertjes hadden voor mij dan weer niet gehoeven. Niet duur zeker?’
‘Nou, honderdnegentien…’ Een dure miskoop met glimmertjes die niet hadden gehoeven. Ze zucht. Ze neemt de jurk, maar niet van harte.
Het spijkerjasje valt af: ‘Die wassing nemen we niet meer aan.’  Zo ook een asymmetrische top. ‘Asymmetrisch verkoopt niet.’ Een jurkje dat ik vorige week nog droeg: ‘te oud!’ Soms schudt ze alleen haar hoofd, dan heeft ze er geen woorden voor. Dure zwarte sleehakken dan? In het bevallige maatje 36 van mijn moeder ? ‘Te winters!’ Ik vraag of ik ze in het najaar mag brengen. Dat mag: ‘Maar ik kan niet beloven of ik ze dan nog wil.’
 
Met de tas weer half gevuld, druip ik af. Beschaamd om mijn panterprint met glimmertjes en verkeerde wassing-smaak maar trots om mijn bescheiden bijdrage aan de circulaire economie.

 

 

Elise van der Velde is freelance copywriter, schrijft zich een slag in de rondte en probeert dit alles zo gracieus mogelijk te combineren met haar gezin van vijf. Geen huisdieren, dat moest er nog bijkomen.

Fotografie portret: Esmée Franken. Visagie: Linda van Iperen. Haarstylist: Mandy Huijs.