Niet durven is jezelf verliezen

 
 

Anderen voor laten gaan, liever luisteren dan praten. Miloe doet het al haar hele leven. Tot ze besluit dat het tijd is om te stoppen met verstoppertje spelen.

 

‘Mam! Je moet er hier af!’ Ik schrik op uit mijn gedachten. De navigatie geeft inderdaad aan dat ik rechtsaf moet. Ik vloek zachtjes. Er zitten nog twee rijstroken tussen mij en de afslag, het is druk en mijn zoon moet over vijf minuten bij zijn voetbaltraining zijn. ‘Hier kun je tussen!’ Hij wijst naar een gaatje tussen twee auto’s, ik denk niet na en scheur er rakelings tussendoor. Ik hoor een toeter. ‘Goed zo mam! Dat was echt cool!’ Ik mompel beschaamd dat het niet cool was en nergens op sloeg. Wat bezielde me? Ik ben een wat ongeduldige, maar vooral ook een heel brave chauffeur. Op de snelweg hang ik eindeloos achter een sukkelende vrachtwagen tot ik zeker weet dat er genoeg ruimte is om in te halen. Ik wik en ik weeg, stel je voor dat ik iets over het hoofd zie, de afstand net niet goed inschat of een andere automobilist moet remmen voor mij. De schroom die ik in de auto voel, heb ik op meer plekken. Als ik de trein instap, laat ik eerst alle duwers voorgaan, in gezelschap zal ik nooit het hoogste woord voeren. Ik luister liever dan dat ik praat.

 

 

‘En nu nog een keer, maar dan zonder dat schulpje.’ De presentatiecoach kijk me streng aan. ‘Jij hebt de mensen wat te vertellen, iets wat ze willen horen.’

 

Ik recht mijn schouders en begin mijn verhaal opnieuw. ‘Beter! En nu ga je er gebaren bij maken. Overdrijf maar.’ Het zweet breekt me uit. Maar ik doe het. Een paar uur later krijg ik telefoon. Of ik de volgende dag op de radio wat wil komen vertellen over mijn boek en een monoloog van een minuut wil houden. Ik neig naar een ‘nee’, maar dwing mezelf tot een enthousiast ‘ja natuurlijk, leuk!’ 

 

Een boek schrijven was een eenzaam, anoniem proces. Tot het gedrukt was, de wereld inging en aandacht kreeg. Dat maakt me nerveus. ‘Ik voel me nou eenmaal niet thuis in de spotlights.

 

Het past niet bij me, ik zit liever alleen achter mijn computer, geef liever anderen een podium’, zeg ik tegen een (vrouwelijke) geïnterviewde als we het over mijn podiumvrees hebben.

 

‘Misschien is het tijd om te stoppen met verstoppertje spelen,’ antwoordt ze. Haar opmerking blijft rondzoemen in mijn hoofd en doet me beseffen dat ik al 43 jaar bezig ben om zo min mogelijk op te vallen, zo min mogelijk ruimte in te nemen. 

 

De ochtend voor mijn boekpresentatie lig ik zen te worden op de yogamat. Ik vraag de lerares na afloop wat ik moet ik doen om rustig te blijven ademen als ik in de schijnwerpers sta. ‘Het is niet je adem waar je op moet letten,’ zegt ze. ‘Het zijn je gedachten die je onzeker maken in nieuwe situaties, de angst dat het niet goed gaat, dat mensen iets van je vinden, dát beneemt je de adem. Accepteer dat je het spannend vindt. Blijf rechtop staan. Dan zakt je adem vanzelf.’

 

Die avond neem ik de microfoon in mijn hand en vertel mijn verhaal. Het gaat niet vlekkeloos, maar ik heb het gedaan. Ik heb het zeurende stemmetje in mijn hoofd overwonnen, het stemmetje dat zegt: ‘wie denk je dat je bent om zoveel aandacht te krijgen.’ Dat voelt goed. ‘Durven is je evenwicht verliezen, maar niet durven is uiteindelijk jezelf verliezen’, hoor ik de volgende dag op de radio als ik in de auto zit. Ik verplaats mijn voet van de rem naar het gaspedaal. En haal de vrachtwagen in.

 

 

Freelance journalist Miloe van Beek is wars van mooie plaatjes, en altijd op zoek naar het echte verhaal. Ze is chronisch chaotisch, heeft geen enkel paar dezelfde sokken, maar wel twee luidruchtige kinderen, een ongehoorzame hond, twee katten en een man met een carrière.

witte-balk-met-bol-miloe