Alleen voor marmotini’s

 

Knalgroen, zo groot als een grapefuit en rimpelig. Kunnen we het eten?

 

Zo af en toe maak ik een echte wandeling met mijn teckels, het liefst loop ik dan richting Scarzuola. Dit is een bijzonder mystieke tuin op de plek waar ooit Franciscus van Assisi een tijd heeft gewoond. De wandeling ernaartoe duurt ruim een half uur. Daar aangekomen krijgen de honden een bak water en ik een espresso van de beheerder, Brian. We maken even een praatje en daarna lopen we weer naar huis. Op de terugweg duikt Joep, mijn meest jachtlustige teckel, het bos in. Wij lopen hem achterna en opeens zie ik vijf heel grote vruchten liggen. Wow, deze heb ik nog nooit gezien! Ze zijn zo groot als een grapefruit, knalgroen en hebben een beetje een rimpelige schil. Meestal heb ik wel een plastic zakje bij me dus ik kan ze alle vijf mee naar huis nemen. Thuisgekomen maak ik er meteen een foto van en plaats die op Facebook met de vraag: wie kent deze vrucht?
 

 

Al snel krijg ik – erg uiteenlopende – reacties. Na verschillende namen te hebben gezocht op internet en vergeleken met mijn vondst, kom ik erachter dat het een Maclura pomifer ofwel osagedoorn is. Het blijkt een zeer zeldzame boom te zijn die schijnvruchten draagt.

De vruchten zijn gevuld met een wit kleverig sap dat niet geschikt is voor menselijke consumptie. En er is nog maar één dier dat de vrucht eet en daardoor de zaden verspreidt, namelijk de aardeekhoorn. Of zoals ze hier in Umbrië heten marmotini.

 

Vroeger, en dan praat ik over 30 miljoen tot 10.000 jaar geleden, werden deze vruchten hier in Italië gegeten door grondluiaards. Deze leefden op de bodem; veel te groot waren ze om in bomen te klimmen. Omdat de grondluiaards nog maar zo ‘kort geleden’ zijn uitgestorven – in Amerika hebben de paleo-indianen nog met ze geleefd – zijn er vele skeletten, pootafdrukken en zelfs mest en haren van ze gevonden. Hierdoor hebben wetenschappers het uiterlijk en het gedrag van deze dieren heel precies kunnen reconstrueren. Zo weten we uit de gevonden huid en haren dat een grondluiaard een lange, ruige, donkerbruine vacht had.
 
De grootste verrassing waren de gefossiliseerde pootafdrukken. Deze hebben namelijk het verbazingwekkende bewijs geleverd dat de dieren heel regelmatig rechtop liepen op hun stevige achterpoten. De reuzenluiaards moeten bijna even zwaar als een olifant zijn geweest. Het lopen op twee poten moet daarom een enorm zware belasting geweest zijn voor hun skelet. Het vreemde is bovendien dat de grondluiaards op de buitenkant van hun voeten liepen en niet op hun voetzolen vanwege de lange klauwen. Door het lopen en staan op de achterpoten, waarbij hun dikke staart voor evenwicht zorgde, waren de grondluiaards in staat om de hoge takken van de osagedoorn te bereiken. Zo op hun achterpoten balancerend waren ze bijna net zo groot als een giraffe.
 
Terwijl ik vredig op mijn balkonnetje dit aan het schrijven ben, probeer ik me voor te stellen dat er eentje voorbij komt lopen. En vraag ik me af hoe mijn teckels hier op zouden reageren. Hm, ik denk dat ze met de staart tussen de poten afdruipen. En ik ook, naar ik vrees!
 

PS. Meer lezen van Adje? Klik hier!

 
 

Adje Middelbeek woont en werkt in Umbrië (Italië). Vanuit haar supergezellige B&B c.q. vakantiehuis Podere del Buongustaio organiseert ze de mooiste culi-reizen.